GRONINGEN – Hij had een mooie baan bij de provincie en drie jonge kinderen. Toch ging dertiger Murco Lamminga tijdens de Tweede Wereldoorlog bij het verzet. Hij stierf in Duitse gevangenschap op 38-jarige leeftijd, vlak voor de bevrijding. Niet alleen Murco Lamminga betaalde een hoge prijs voor onze vrijheid, ook zijn kinderen en kleinkinderen dragen de littekens met zich mee.
“In februari 1945 vielen Duitsers de woonboot binnen van mijn grootvader Murco in Winsum”, vertelt kleindochter Henrike. “Voor de ogen van zijn kinderen en vrouw werd hij opgepakt. Anderen hadden hem verraden. Mijn vader was toen acht, hij kon zich dat levendig herinneren.”
De Duitsers brachten Murco naar het beruchte Scholtenhuis aan de Grote Markt in Groningen, waar nu het Market Hotel staat. De verzetsstrijder zat hier een tijd gevangen tot zijn deportatie naar een concentratiekamp in Noord-Duitsland. In april ’44 kwam Murco om door uitputting.
Blijvende littekens
Het gezin Lamminga bleef achter en moest van weinig geld rondkomen. “Mijn vader kreeg als oudste zoon een soort vaderrol”, zegt Henrike, “zijn jeugd was voorbij. Dat heeft zijn hele leven lang doorgewerkt. Het oorlogstrauma zat zo diep. Gevoelens over de gebeurtenissen uit het verleden werden te weinig getoond. Ze konden dat niet met elkaar oplossen. De relatie met zijn moeder, broer en zus is later helemaal uiteengevallen.
“Het heeft zelfs op mijn generatie enorme invloed gehad. Want mijn ouders kregen er onderling ook spanningen door. En als oudste dochter voelde ik mij verantwoordelijk. Dus ik heb mij daar heel erg mee bezig gehouden.”
Militaire installaties en joodse onderduikers
Murco Lamminga zorgde bij de provincie Groningen voor het bewaken van de bouwkundige kwaliteit van wegen, sluizen en bruggen. “Daarom was hij ook zo interessant voor het verzet, hij kon goed achterhalen waar de Duitsers mee bezig waren. Mijn grootvader heeft heel veel inlichtingen doorgespeeld over militaire installaties in Delfzijl en Zoutkamp. Daarnaast maakte hij die installaties onklaar, en verborg hij joodse onderduikers op zijn woonboot.”
De woonboot was van de provincie, die dit onderkomen had aangeboden aan Murco vanwege het woningtekort. Het lijkt misschien krap om onderduikers op zo’n boot te herbergen, maar dat valt mee zegt Henrike. “Ik heb van familie gehoord dat je op delen van de boot heel goed mensen kon verstoppen. De Duitsers hebben in de oorlog meerdere invallen gedaan. Soms ontsnapten onderduikers ternauwernood. Zo verborgen mijn grootouders een jongen met vrij lang haar. Terwijl er eens een razzia plaatsvond lag hij te slapen. De Duitsers dachten dat de jongen een meisje was en lieten hem gewoon liggen.”
“Kortgeleden hebben we voor mijn grootvader en andere omgekomen Winsumers een struikelsteen gelegd aan het Winsumerdiep 6. Dat is vlakbij een brug en een brasserie, een mooie plek om naartoe te gaan. Jammer dat mijn vader en zijn zus de huidige aandacht voor mijn grootvader niet meer kunnen meemaken. Beide zijn dit jaar overleden.”
Andere omgekomen provinciemedewerkers en Statenleden
Behalve Murco Lamminga kwamen nog twee provinciale ambtenaren en drie Statenleden om het leven vanwege hun activiteiten voor het ondergrondse verzet:
Pieter Heertje Dijksterhuis (63), Statenlid
Tjeerd Pannekoek (58), Statenlid
Harm Jan Siemons (41), Statenlid
Evert Edsko Drenth (33), ingenieur provinciale waterstaat
Adrianus Hermanus Schelling (58), ingenieur provinciale waterstaat
Foto: Provincie Groningen (ingezonden)



